Doelgroep

Alle voorkomende organisaties die toestemming hebben om met optische en geluidssignalen te mogen rijden.

Doelstelling/ leerdoelen

Wettelijk dient de chauffeur over de volgende competenties te beschikken:
– Wat de strafrechtelijke en civielrechtelijke gevolgen van het direct of indirect veroorzaken van schade of letsel rijden tijdens de rit zijn.
– Wat het gedrag en de reacties van weggebruikers kunnen zijn wanneer zij geconfronteerd worden met optische geluidssignalen.
– Wat het gewenste rijgedrag is
– Wat de effecten van een hoge rijsnelheid zijn op de remweg, het reactievermogen, de letselernst en de responstijd.
Uiteindelijk zal de chauffeur geheel zelfstandig, in alle voorkomende situaties en omstandigheden zich veilig als voorrangsvoertuigbestuurder door het verkeer kunnen bewegen.

Lesprogramma

Het programma bestaat uit 1 dagdeel waarin de volgende onderwerpen worden behandeld:

Theorie

– Inhoud brancherichtlijn
– Inhoud richtinggevend kader
– Inhoud rapport ‘Als je niet te plaatse komt’
Eventueel uit te breiden met
– Rijden als voorrangsvoertuig, bijzonder weggedrag
– Verhoogde snelheid
– Plaats op de weg

Praktijk

– Voertuigcontrole
– Zit- en stuurhouding
– Spiegelafstelling
– Stuurtechniek
– Bochtentechniek
– Remtechniek
– Waarnemen, kijktechniek
– Gevaarherkenning, anticiperen
Eventueel uit de breiden met
– Negeren rood licht
– Rijden met OGS

 

 

Bijzonderheden

Werkgevers wijzen personen die bij hen in dienst zijn aan die chauffeur van een voorrangsvoertuig zijn. Het is wettelijk voorgeschreven om deze chauffeur een opleiding te laten volgen om te leren rijden met als voorrangsvoertuig. Als er met OGS geoefend wordt moet de docent in het bezit zijn van een WRM + OGS+ certificering. Na het volgen van de opleiding en certificering door de opleider, mag er in opdracht van desbetreffende organisatie en na toestemming van de landelijke meldkamer worden gereden met OGS. Daarbij dient de bestuurder zich te houden aan de in de brancherichtlijn voorrangsvoertuigen opgenomen regels hiervoor.

Organisatie

Het lesvoertuig is bij voorkeur een voertuig van de deelnemende organisatie zodat een zo realistisch mogelijke les situatie wordt gecreëerd. Dit dient een voertuig te zijn welke is uitgevoerd conform de wettelijke eisen vastgelegd in de regeling optische en geluidssignalen. Dit voertuig is voorzien van dubbele bediening en extra spiegels. Er kan desgewenst tegen meerprijs ook gebruikt gemaakt worden van een lesvoertuig van het Nederlands Instituut voor Verkeersveiligheid. Dit is een voertuig in Ambulance striping. Dat kan een personenauto of een bus zijn. Tijdens de training wordt gebruikt gemaakt van een on-board camera. Van deze beelden wordt gebruikgemaakt om situaties te evalueren.

Duur

De benodigde tijd om een kandidaat op het vereiste niveau te brengen is afhankelijk van het aanvangsniveau. De basis is 2 personen in een tijdsbestek van 3,5 uur. Er kunnen dus per dag 4 personen worden opgeleid. Het kan zijn dat er meer tijd nodig is. In dat geval zal er door de docent een advies worden uitgebracht wat de minimaal benodigde extra opleidingstijd is. Om dit te voorkomen kan er voorafgaand aan de training een assessment worden afgenomen van 30 minuten aan de hand waarvan een opleidingsduur advies wordt gegeven. Met uw adviseur wordt er afgestemd wat de verschillende mogelijkheden zijn en wat uw wensen hierin zijn.

Certificering

De training wordt afgesloten met een toets waarbij de kandidaat een casus krijgt voorgelegd waarbij hij geheel zelfstandig een spoedrit met OGS moet uitvoeren volgens de aangeleerde normen. Na afloop wordt deze rit door de docent geëvalueerd en krijgt de kandidaat direct te horen of hij voldoende heeft gescoord. Aan de hand van deze uitslag wordt de chauffeur gecertificeerd door het Nederlands instituut voor verkeersveiligheid. Dit is een wettelijk geldig document wat aantoont dat de chauffeur over voldoende competenties beschikt om te kunnen en mogen rijden op een voorrangsvoertuig in Nederland, België en Duitsland.